Dagboek van ... collega in TK

Laatste versie = 16 november 2009

Archief dagboek verslagen

Beste collega’s,

Voor ieder dagboek vraag ik me weer af of er nog wel iets te vertellen valt, of dat zo langzamerhand alles wel gezegd is. Als ik er echter goed over nadenk zijn er nog tientallen , zo niet honderden onderwerpen waar ik wat over zou kunnen vertellen. Neem bijvoorbeeld de interactie met Afghanen. Voor de uitzending zijn we redelijk goed geïnformeerd over de Afghaanse cultuur en over de islam. Door deze informatie krijg je een bepaald beeld van mensen die nog in de middeleeuwen leven en voor wie een leven weinig waarde heeft. Met name vrouwen zijn in deze cultuur in hoge mate ondergeschikt. Toen we hier echter een aantal weken aan het werk waren kwam ik tot de conclusie dat ik de Afghanen die in onze voorbereiding beschreven waren, helemaal nog niet tegengekomen was! Uiteraard is het wel zo dat 99% van de patiënten die we zien van het mannelijk geslacht is. Naast volwassenen zien we ook veel jongentjes variërend van de jongste 9 maanden, tot jongens van 14-15 jaar. Daarna wordt het moeilijk te boordelen of ze 15 of 25 zijn of 35 of 55.

Wat mij heel erg is meegevallen is de manier waarop ze met ons en onze vrouwelijke militairen omgaan. Behalve in één geval hebben we nooit enig probleem gehad met de bejegening door Afghaanse patiënten of hun familie. Daarbij is het mij juist opgevallen dat ze heel liefdevol met hun kinderen omgaan of het nu jongens of meisjes zijn. Menigmaal heb ik een Afghaanse vader zien huilen aan het bed van zijn kind als dat heel erg ziek was of gestorven. De enkele keer dat we een Afghaanse vrouw als patiënt hadden, was het ons al snel duidelijk wie er thuis de broek aanhad. Maar ook de jonge meisjes hebben al snel in de gaten hoe ze de zaak kunnen commanderen. Verder hebben we natuurlijk altijd een Afghaanse tolk in het hospitaal en soms is dat een Afghaan die ooit naar Nederland is gevlucht. Met hen praten we Nederlands en dat is dan weer onhandig als we bijvoorbeeld een Australisch chirurg hebben. Daarnaast hebben we ook lokale tolken en die spreken Engels. Ook hebben we soms wel eens een inval tolk en dan blijkt telkens weer hoe belangrijk een vast tolk is omdat je dan vaak maar een half woord nodig hebt.

De verpleegkundigen op de afdeling hebben inmiddels hun heel eigen wijze van communiceren met de patiënten gevonden. De meeste verpleegkundigen spreken gewoon Nederlands doorspekt met wat Afghaanse woorden of zelfs met zelf verzonnen Afghaanse woorden. Zo gebruiken we hier de kreet: “Sjalli Sjalli” wat in het Afghaans niks betekent maar bij ons heeft het meerdere betekenissen van; “kom niet zeuren, tot hoe gaat het, of lekker weertje vandaag” Met daarbij een hoop gelach en veel handgebaren en dan snapt echt iedereen precies wat er bedoelt wordt.

De afgelopen 2 weken was het relatief rustig omdat er iets gepland was waarvoor we bedruimte vrij moesten houden. Dat is niet doorgegaan waardoor we nu langzamerhand weer wat meer patiënten krijgen. Zoals zo vaak zit er ook nu weer een dramatisch verhaal achter. In dit specifieke geval gaat het om drie kinderen die om een of andere duistere reden met een explosief aan het spelen waren. Het explosief deed echter waar het voor bedoeld was, namelijk exploderen waardoor er drie kinderen ernstig gewond raakten. Op dat moment hadden we nog de status AMBER (wat betekent dat we maar beperkt patiënten mochten opnemen) Daarom zou een van de drie kinderen naar ons komen en de andere twee naar het FST (Amerikaans hospitaal vlak bij ons) Ik baalde daarvan omdat we in het verleden niet zo’n goede ervaringen hebben gehad met de opvang van kinderen door de Amerikanen. Op dit moment kon ik daar echter weinig aan doen. De 9-liner (gewonden melding) zag er niet best uit want er was sprake van amputatie van armen, benen, handen en voeten plus ook nog hoofd en buikletsel. Het was onduidelijk wie van de drie kinderen we zouden krijgen. Om de zaak niet extra ingewikkeld te maken hebben we onze Ambulance naar de helilandingsite van het FST gestuurd

Waar we uiteindelijk van de 3 patiënten het enige meisje kregen dat naast een traumatische amputatie van haar linkerhand en wonden aan haar benen en handen ook scherven in haar buik had. Bij binnenkomst op de SEH (spoedeisende hulp) is ze eigenlijk direct doorgebracht naar de operatiekamer. De scherven hadden bij het kind flink wat schade aangericht waardoor de chirurg een flink stuk van haar darm had weg moeten nemen. Vervolgens betekende dit voor het kind een paar dagen opname op de ICU. Het is toch telkens weer naar om zo’n humpie van een jaar of 5 aan de beademing te zien liggen. Na een dag of twee zwellen patiënten aan de beademing helemaal op en dan denk je “als dat maar goed komt” Gelukkig zijn de kinderen hier behoorlijk taai en ook deze jonge dame is redelijk snel (4 dagen) weer ontslagen uit de ICU. Op de dag dat zij overgeplaatst werd naar de verpleegafdeling werd ook de beperking om patiënten op te nemen opgeheven en daarom heb ik ook besloten om haar broertje die nog bij de Amerikanen lag, naar ons toe te halen. Deze jongen zou minder ernstig gewond zijn maar na de overname bleek toch wederom dat de Amerikanen niet goed raad weten met kinderen. Het kind (een jongen van 10 of 12 jaar) was amper verschoond en de chirurg had de regels van oorlogschirurgie anders geïnterpreteerd, en sommige wonden dichtgenaaid. Gevolg hiervan was dat een deel van het weefsel afgestorven was en onze chirurg dus extra weefsel heeft moeten verwijderen maar ook een vinger heeft moeten amputeren waarvan een kootje eigenlijk al afgestorven was.

Voor de vader van beide kinderen was het uiteraard fijn dat beide kinderen nu in een hospitaal lagen ipv dat we hem iedere dag op en neer moesten brengen. Ook nu weer merk je hoe dankbaar ze zijn voor de zorg die we hen bieden maar ook hoe zorgzaam ze met hun kinderen omgaan. Ik merk ook dat sommige collega’s het lastig vinden om te accepteren dat we dit soort kinderen hier opnemen. Soms komt dat omdat ze zelf kinderen hebben en ze daardoor herinnerd worden aan hun eigen kinderen, waardoor ze heimwee krijgen. Soms vinden ze het gewoon moeilijk om voor deze kinderen te zorgen omdat dan toch de taal en de cultuur in de weg staan. Zo hebben we maar 1 vrouwelijke verpleegkundige waardoor het meisje dat we opgenomen hebben toch regelmatig door mannen verzorgt moet worden. Dat vindt ze duidelijk vervelend waardoor het voor de collega’s ook moeilijker wordt. Op de linkse foto zit het meisje in een stoel (waar helaas net een van onze gewondenverzorgers voorzit) samen met haar vader en broer (in rolstoel) en zo zie je maar dat kinderen gelukkig toch ook weer snel herstellen.

Groeten,

Hoofdzuster Rob

Archief dagboek verslagen

versie : 16 november 2009
versie : 18 oktober 2009
versie : 23 september 2009
versie : 8 september 2009
versie : 30 augustus 2009
versie : 13 augustus 2009
versie : 27 juli 2008
versie : 14 juli 2008
versie : 7 juli 2008
versie : 29 juni 2008
versie : 21 juni 2008
versie : 20 juni 2008
versie : 3 juni 2008
versie : 1 juni 2008
versie : 17 mei 2008
versie : 14 mei 2008
versie : 5 mei 2008
versie : 28 april 2008
versie : 21 april 2008
versie : 14 april 2008
versie : 5 april 2008
versie : 30 maart 2008
versie : 27 maart 2008

naar boven ^ / pagina printen